Plataanstraat 28
2023 SE Haarlem
06 - 480 75 507
info@pe-opleidingen.nl

Permanente educatie Wet financieel toezicht Interview

 

Per 1 juni 2008 is de regeling van kracht voor het volgen van de verplichte Permanente Educatie (PE) in het kader van de WFT . In de regeling zijn onder meer de toets termen weergegeven van de PE voor 2008 - 2009.

Vóór 27 december 2009 moeten alle WFT –gediplomeerden dit PE-programma succes vol hebben doorlopen, anders vervalt het diploma. Geert Hendrikx, vertegenwoordiger namens de intermediairs binnen het College van Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD), licht toe wat WFT -gediplomeerden te wachten staat.

 

In de markt is nog veel onduidelijkheid over de Wft eisen en de te volgen Wft

PEmodules. Hoe komt dat?

De regeling is vrij nieuw, iedereen wordt er nu voor het eerst mee geconfronteerd. De wetgever heeft voor een systeem gekozen waarbij de werkgever kan worden aangesproken op de vakbekwaamheid van zijn medewerkers.

De vakbekwaamheidseis is in beginsel geformuleerd als een zorgplicht van de werkgever.

De werkgever moet zorgen voor een of meerdere ge diplomeerde werknemers, de gediplomeerde werknemers moeten via PE hun diploma in stand houden. Punt is dat er niet één centrale lijn bestaat; voor iedereen is het maatwerk omdat ieder individu er op een andere manier in staat. Immers, de situatie

van een binnendienstmedewerker is anders dan een buitendienstmedewerker, die er op zijn beurt weer anders in staat dan de feitelijk leider

of een baliemedewerker. Hoe de regels voor hen gelden, is voor veel mensen dus nog niet

duidelijk. Met als gevolg dat de een dit roept, de ander dat. Hierdoor ontstaat veel ruis,

wat leidt tot misverstanden.

Toch is dat niet nodig. Op

www.cdfd.nl en de websites

van door ons erkende opleidings-

en exameninstituten staat alle relevante informatie goed weergegeven. Iedereen

kan met deze informatie uitstekend

bepalen welke Wft PE modules

hij dient te volgen.

Iedereen staat er anders in,

zegt u. Maar wat is de essentie

van de PEregeling?

De essentie is dat financiële

adviseurs die zich bezighouden

met klantcontacten – ergo: consumenten adviseren over financiële producten

– vakbekwaam moeten zijn.

De financiële dienstverlener moet de kwaliteit van de financiële dienstverlening

kunnen waarborgen. Immers, de achtergrond van de Wft is consumentenbescherming

bij de aanschaf van complexe financiële

producten. Complex zijn die producten die een grote impact hebben op consumenten.

Denk aan hypotheken, levenproducten

en schadeproducten als arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.

Voor het afsluiten van een eenvoudig product als een reis verzekering geldt de regeling dus niet.

Hoe toont een financieel adviseur die zich bezighoudt met consumentenadvies aan dat hij vakbekwaam is?

Dat kan op twee manieren. De eerste mogelijkheid is dat de adviseur zijn vakbekwaamheid voor zijn advieswerkzaamheden aantoont met diploma’s. Dat kunnen externe diploma’s zijn, behaald

bij externe opleidings- en exameninstituten, of interne diploma’s, behaald binnen de organisatie waar de adviseur  werkt. De tweede mogelijkheid is het bedrijfsvoeringsmodel.

Hierbij hoeven medewerkers geen eigen diploma’s te hebben omdat hun vakbekwaamheid is verzekerd op basis van een intern controlemodel

– het vierogenprincipe

– binnen de organisatie waar ze werkzaam zijn. Degene die op een kantoor deze medewerkers

aanstuurt, de feitelijke leider, moet overigens

wel zijn vakbekwaamheid aantonen via een geldig Wftdiploma. De bedrijfsvoering moet wel zo zijn ingericht dat de kwaliteit van de dienstverlening aan consumenten volgens toezichthouder AFM voldoende is gewaarborgd.

Met andere woorden, een feitelijke leider die te veel mensen aanstuurt, wordt niet acceptabel bevonden (zie ook het artikel ‘Diplomamodel

of Bedrijfsvoeringsmodel?’).

 

Geert Hendrikx

De taken van het College Deskundigheid

Financiele Dienstverlening:

. Het CDFD adviseert de minister van Financiën bij de

vertaling van eindtermen naar meer concrete toetstermen.

Op basis hiervan kunnen exameninstituten

examens opstellen.

. Het CDFD doet de minister van Financiën voorstellen

over hoe examens up to date

te houden en over de

inhoud van Permanente Educatie.

. Het CDFD erkent instituten voor het afnemen van Wft examens

en PE opleidingen.

. Het CDFD houdt toezicht op de exameninstituten en PE instituten.

Namens de minister van Financiën

beslist het CDFD over het verlenen, onthouden en intrekken van de erkenning.

. Het CDFD adviseert de minister van Financiën over Wft gerelateerde

onderwerpen op het gebied van

deskundigheid.

 

Scheppen deze verschillende keuzes juist ook

niet de eerder genoemde onduidelijkheid bij financiële dienstverleners?

De Wft is als een ‘big bang’ in de markt geïntroduceerd. Alleen kiezen voor externe

diploma’s van medewerkers zou betekenen dat veel banken, verzekeraars en tussenpersonen

hun opleidingsgebouw compleet anders

moeten inrichten. Met als mogelijke consequenties of een enorme extra belasting

voor deze marktpartijen of een enorme kaalslag onder deze marktpartijen. Immers, een grote marktpartij is natuurlijk nooit in staat op korte

termijn duizenden medewerkers extern op te leiden.

Maar medewerkers met interne opleidingen of mede werkers die vallen onder een bedrijfsvoeringsmodel zijn minder flexibel

op de arbeidsmarkt omdat ze een informatieachterstand oplopen ten opzichte

van medewerkers met een landelijk erkende opleiding.

Dat is waar. Medewerkers met een intern diploma of certificaat krijgen geen geldig Wft-certificaat. Met een intern diploma kunnen ze dus niet aan de slag bij een andere werkgever, behalve als die werkgever werkt volgens het bedrijfsvoeringsmodel

– diploma’s zijn dan niet van belang. Ook kunnen zij geen promotie maken naar het feitelijke leiderschap. Want daarvoor hebben ze ook een geldig Wft-diploma nodig.

Hetzelfde geldt uiteraard voor medewerkers zonder diploma. Een goede ontwikkeling

daarentegen is dat marktwerking ertoe leidt dat steeds meer werkgevers kiezen voor een externe opleiding van hun medewerkers. Ik heb begrepen dat sinds de invoering van de

regeling de opleidingsbudgetten binnen de branche zijn verdubbeld – de opleidingsinstituten hebben het razend

druk. Enerzijds omdat de Wft er voor zorgt dat mensen nog serieuzer bezig zijn met hun vak, anderzijds omdat veel adviseurs zich vanwege de Wft boven de standaard in de markt willen verheffen door bijvoorbeeld het volgen van

een opleiding tot Hypothecair Planner of gecertificeerd Financieel Planner (FFP’er).

Een uitstekende ontwikkeling vind ik dat. En uiteraard kunnen werknemers zelf ook bij hun werkgever onder de aandacht brengen dat zij beter af zijn met een extern diploma.

 

Waarom dienen FFP’ers en Hypothecair Planners ook de PE te volgen voor de Wftmodule Basis?

Het deskundigheidsbouwwerk is opgezet vanuit de ge dachte dat hoe specialistisch een adviseur ook is, er altijd een bepaalde basiskennis aanwezig moet zijn. Neem bijvoorbeeld de regelgeving over de Wft: elke

adviseur dient te weten hoe de  Wft in elkaar zit, daarom zit dit verwerkt in de basismodule.

Zijn de wettelijk vastgelegde deskundigheidseisen voldoende voor het waarborgenvan de kwaliteit van het advies?

Ik denk het wel.

Dat klinkt niet erg overtuigend.

Je kunt nu eenmaal niet zeggen dat iedereen die deskundig is per definitie een goed advies geeft. Deskundigheid zegt iets, maar niet alles.

Is het daarom denkbaar dat in de toekomst naast cognitieve eindtermen ook gedrags en

Vaardigheidsaspecten worden opgenomen

in de PEeisen?

Dat gebeurt al. Sinds de publicatie van het AFMrapport ‘Kwaliteit advies en transparantie bij hypotheken’ in het najaar van 2007 zijn er

meer toetstermen geformuleerd gericht op de toepassing van kennis. Oftewel, je dient de regels niet alleen te kennen, je moet ze ook goed kunnen toepassen. Overigens gebruikt

de wetgever niet de term ‘deskundigheid’

maar de term ‘vakbekwaamheid’, wat een

ruimer begrip is. Onder vakbekwaamheid

kun je ook gedrag en vaardigheden scharen.

Wat is de reden dat financiële adviseurs voor hun PE kunnen kiezen tussen een PEexamen

(toets) en het volgen van een PEprogramma,

Met daarin een toetsend element?

Na uitgebreid onderzoek in Nederland en het buitenland, zowel in vergelijkbare branches

als andere branches, naar welke mogelijkheden er zijn voor het toetsen van de PEvakbekwaamheid, kwam een

lijst met zes mogelijkheden. Naast het PE-examen en het volgen van een PE-programma

waren dat docentschappen en lidmaatschappen van examencommissies, het publiceren

van artikelen, intern kantooroverleg en een portfolioanalyse (PE-plichtigen die een relevant portfolio samenstellen van klantendossiers, waaruit blijkt dat zij een deskundig advies hebben gegeven). De laatste

twee zijn uiteindelijk definitief afgevallen omdat dit nauwelijks goed is te controleren.

Het docentschap en lidmaatschap van examencommissies en het publiceren van artikelen zijn op dit moment aan een nader onderzoek onderworpen. De kans bestaat dus

dat deze twee onderdelen in de toekomst ook als PE gelden

En wat nu als een financiële adviseur kiest voor het PE examen en daarvoor zakt?

Dan moet hij of zij dat examen opnieuw doen. En dat is een probleem, vooral als zijn diploma dragend is voor de vergunning. Immers, dat

diploma is op dat moment ongeldig. In de praktijk kiest daarom een grote meerderheid

voor het volgen van een PE-programma met

daarin een toetsend element.

Voor dit toetsende element kan een adviseur

dus niet zakken?

In de richtlijnen staat dat je een PE-progamma moet volgen bij een erkend opleidingsinstituut;

dat dit instituut aan bepaalde kwaliteitseisen dient te voldoen; en dat er een toetsend

element moet zijn. Dit houdt in dat de PE- trainer moet hebben ge constateerd dat de deelnemende adviseurs de kennis tot zich hebben genomen. De docent dient dus te onderbouwen of iemand de PE-sessie met een

‘voldoende’ heeft afgesloten. Hoe het opleidingsinstituut dit toetsende element vormgeeft, is aan de instituten zelf.

Tot slot, komt er een persoonlijk

deskundigheidsregister?

Dat bestaat al, er zijn inmiddels twee marktinitiatieven.

Het Dutch Securities Institute (DSI) heeft een register en sinds oktober heeft de Stichting

Assurantie Registratie (SAR) ook een registratiesysteem op het internet. Registratie

is overigens geen verplichting, want dat leidt weer tot een lasten verzwaring.

En hoezeer ik de Wft ook omarm, de lasten voor de financiële branche zijn er niet minder op geworden.